Van Sahagún naar León

Vandaag verlaten we de Tierra de Campos. Niet dat het meteen weer flink heuvelachtig wordt, maar na vandaag komen er wel weer heuveltjes op onze route.
De samenvatting van vandaag kan ik wel meteen geven…saai. De omgeving is saai (landbouwgrond links, landbouwgrond rechts), de dorpjes zijn klein en de geschiedenis is allang vergane glorie waarvan enkel nog een paar restanten zichtbaar zijn.
Voor ons fietsers is deze vlakte met zijn uitgestrekte leegte een makkie. Twee dagen even lekker doortrappen en je hebt hem gehad. Voor de wandelaars is het andere koek. Die zijn meerdere dagen, tot wel een kleine week, bezig om de leegte achter zich te laten.
Na het verlaten van Sahagún komen we een kleine kapel tegen. Ermita de la Virgin de Perales lijkt verlaten, maar later lees ik dat de kapel nog wel degelijk gebruikt wordt. Elk jaar op 8 september komen bedevaartgangers naar deze kapel.

Na een klein uur fietsen is het tijd voor koffie en die drinken we in een gezellig druk café in El Burgo Ranero. Terwijl ik geniet van de koffie valt mij een opgeknapt huis aan de overkant van de straat op. De bewoner geeft duidelijk aan dat zijn huis aan de Camino ligt. Wat ook opvalt (en slecht zichtbaar is op de foto) is de manier van afwerken van de muren.
Men noemt dit adobebouw. De muren zijn afgewerkt met een mengsel van riet en leem. Ziet er heel mooi uit, maar is verschrikkelijk onderhoudsgevoelig. Elk jaar spoelt de regen zoveel van de afwerking weg, dat de muur bijgewerkt moet worden.

Na de koffie volgt een hele lange rechte weg. De wandelaars lopen weer naast de weg op een gravel pad, wij op het asfalt. Zo ver als het oogt reikt wandelen mensen. Alleen (heel veel), of een paar samen.
Het is ondertussen ook gaan spetteren, maar echte regen zien we vandaag niet.

Bij Mansilla de las Mulas verlaten we de wandelaars. Zij wandelen langs een drukke weg richting León, wij slaan af en gaan via rustige wegen (en een wat langere route) naar dezelfde stad.
In Gruilleros valt ons het bord van de bakker op. Frouwkje gaat even brood kopen en ik maak een foto van de hoofdstraat zoals wij hem aantreffen. Leeg en verlaten.

Bakkers zijn trouwens een apart fenomeen hier in de dorpen. De bakker heeft namelijk geen winkel maar enkel een bord boven de huisdeur (als je geluk hebt). Is het bord er niet, dan vind je als buitenstaander never nooit niet de bakker!
Na een broodje leggen we de laatste kilometers af richting León. Over een fietspad langs de rivier bereiken we het centrum van de stad. Nog even over een drukke straat met prachtige fonteinen en dan staan we op het plein voor de kathedraal.

Ons hotel ligt vlak achter de kathedraal, dus we wandelen in een paar minuten naar het centrum van de stad. Morgen blijven we hier en gaan we León eens even goed bekijken.

Als laatste nog even ons diner. Normaal kiezen we iets uit het Menu del dia (dagmenu) of het menu Peregrino (pelgrimsmenu). Lastig is echter dat het menu meestal enkel in het Spaans aanwezig is. Een vertaalboekje helpt, maar niet altijd.
We worden dan ook nog wel eens verrast zodra het eten op tafel verschijnt.

Frouwkje ging vanavond voor een voorgerecht variatie (dat maakten wij er tenminste van). Vervolgens verscheen een flink groot bord voor haar neus met een stapel vleessoorten. En het was enkel het voorgerecht! Wel lekker trouwens.

 

Van Frómista naar Sahagún

Afgelopen avond heeft het even stevig geregend en het stof allemaal uit de lucht gespoeld. Lekker fris begin in de ochtend. Gisteren kon ik niet afsluiten met een foto van Frómista, dus daar beginnen we nu maar mee. Op de foto de kerk van San Martin.

Vandaag blijven we een groot deel van de dag op dezelfde route als de wandelaars. Wij op de weg, zij op een gravel pad er naast.
De Camino mag je lopend, fietsend en per paard afleggen. Vandaag zien we een aantal creatieve oplossingen om de bagage te vervoeren. Zo zien we de man die met een heup- en schouderband een eenwielig karretje achter zich aantrekt met daarop de bagage. Een variant daarop met twee wielen komen we later nog tegen.
Ook een man die de bagage vervoert in een soort kinderwagen op drie wielen komen we onderweg tegen.
En dan de leukste, bagage vervoer per ezel. Twee Franse heren die een ezeltje de spullen laten dragen. De ezel loopt rustig los over het pad tussen de beide heren in.

Langs de route kom je regelmatig kunstwerken tegen die met de Camino te maken hebben. Vooral een beeld van een pelgrim is erg geliefd bij diverse gemeenten.

Bij Carrión de los condes is het tijd voor koffie. Ook hier staat op de plaza een kunstwerk  van een pelgrim. Bij de koffie ontmoeten we een man uit ’s Heerenberg. Hij fietst de Camino nu voor de derde keer en heeft al diverse routes door Frankrijk genomen.
Carrión de los Condes is trouwens erg oud en wordt genoemd in allerlei historische boeken. Karel de Grote bijvoorbeeld, trok hier met zijn leger door toen hij bezig was om de route naar Santiago vrij te maken van de Moren.

Na de koffie verlaten we de wandelaars. Zij gaan over een gravel pad richting Calzadilla de la Cueza, wij kiezen de N120 die hier een hele rustige weg is geworden sinds er vlakbij een snelweg is aangelegd.
Frouwkje merkt na een tijdje op dat het wel Nederland lijkt en verdraaid dat is ook zo. Het is hier zo plat als een pannenkoek en de begroeiing lijkt ook op thuis.
We zijn nu op de Tierra de Campos en die is voor een deel inderdaad erg vlak.
Bij Calzadilla de la Cueza ontmoeten we de wandelaars weer bij de albergue.

Na de lunch gaan we samen met de wandelaars verder over de N120. Zij lopen hier weer op een gravel pad, wij op de weg er naast. De dorpjes zijn klein, stil en zien er arm uit.
Mijn foto laat San Nicolás del Real Camino zien. Vroeger voorzien van kloosters, diverse kerken en hospitales nu een albergue en een kerk die dringend reparaties nodig heeft.

Sahagun komt nu snel in zicht. We logeren in een hostel aan de rand van het centrum.
De stad heeft nog veel restanten uit zijn rijke verleden. Op de foto’s de oude stadspoort en de kerk San Tirso. De kerk heeft een aparte bouw als je deze vergelijkt met andere kerken. Hij werd gebouwd door monniken die voor de Moren gevlucht waren uit het zuidelijke Cordoba.

Morgen gaat de route verder over de Tierra de Campos richting Leon. Ruim 60 km moeten we morgen afleggen dus dat valt wel mee.

Van Burgos naar Frómista

Na een gezellige avond in Burgos vertrekken we vandaag naar Frómista. Een 80 km fietsen waarbij we vooral in het begin even stevig moeten klimmen. Later op de dag wordt het makkelijker omdat we de Spaanse hoogvlakte bereiken.
Het is bewolkt vanochtend en er wordt onweer voorspeld (50% kans zegt de weerman).

Na het verlaten van Burgos komen we twee mannen uit Brabant tegen. Ze zijn 1 mei vertrokken uit Nederland en kamperen onderweg. Hun uitrusting hebben ze in een aanhanger achter de fiets. Afdalen doen ze even later beter dan wij, want ze suizen ons in volle vaart voorbij.
Ondertussen word de lucht steeds donkerder en het begint te spetteren. De regenjas gaat dus aan en we peddelen vrolijk verder. Een paar honderd meter voor een tankstation gaan de hemelsluizen open. Het komt met bakken uit de lucht, en dan is zo’n afdak van een tankstation ineens erg handig. Ze hebben ook nog koffie, dus het wachten is niet echt een straf.

Zodra de regen weg trekt springen we weer op de fiets en gaat het bergop. Ineens valt het Frouwkje op dat het in het dorp regende, maar de weg omhoog is helemaal droog. We zaten schijnbaar net aan de rand van de bui.
Na deze klim volgt er nog één en dan draaien we af naar Hontanas. Hier ontmoeten we de wandelaars weer en allerlei fietsers die met mountainbikes de wandelroute fietsen. Het is gezellig bij de albergue en het erbij gelegen restaurant dus we gaan lekker zitten voor een vroege lunch.

Na Hontanas volgt al snel de ruïne van San Anton. De weg is hier onder de bogen doorgebouwd.

Samen met de wandelaars fietsen we nu richting Castrojeriz. Het stadje stelt nu niet veel meer voor, maar had vroeger 8 hospitales waar de pelgrims konden overnachten, 3 kloosters en 6 kerken, waarvan de belangrijkste de abdijkerk Santa Maria del Manzano was. Hoog boven de stad liggen nog de resten van een tempeliersburcht die verantwoordelijk was voor de bescherming van de omgeving.

Onmerkbaar hebben we nu de hoogvlakte bereikt. Het is zeker niet zo plat als Nederland, meer zacht glooiend, maar we hebben nu wel ruime vergezichten. Kilometers ver kijk je uit over de graanvelden, en de weg loopt als een streep door dit landschap.

We steken de Rio Pisuerga over via een brug die hier al ligt sinds de twaalfde eeuw om pelgrims een droge en veilige overtocht te bieden.

Een stukje verder zien we een beeld dat hier eigenlijk in elk dorp wel te fotograferen valt. Ooievaars op de kerk en de kerktoren. In Boadilla del Camino zijn het er wel erg veel.

Vlak voor Frómista komen we nog langs het Canal de Castilla. Een kunstwerk uit de 18e eeuw die over een afstand van 200 km met behulp van 49 sluizen een hoogteverschil van 150 meter moest overbruggen.

Normaal sluit ik af met een foto van de finishplaats van vandaag. Dat sla ik nu even over, want het onweert hier nu stevig.
Morgen gaan we over de hoogvlakte richting Sahagún.

van Santo Domingo naar Burgos

De dag begint eigenlijk de avond er voor. Frouwkje loopt de route eens langs en komt er achter dat we niet 69 km moeten fietsen zoals de reisorganisatie heeft verteld, maar meer als 100! De enige manier waarop we in de buurt van de 69 km kunnen komen is als we de N120 gaan volgen, en dat is een hele drukke weg met veel vrachtverkeer en geen ruimte voor fietsers. De route die Sweerman in zijn boek beschrijft (en die wij volgen) gaat over rustige wegen en is dus een stuk langer.
We besluiten om morgen maar te kijken hoe het loopt.

De hostel beviel trouwens prima. In de avond konden we lekker zitten in de woonkamer en het ontbijt was prima geregeld. Geen slechte keuze van Pelgrimroutes.
Na het verlaten van Santo Domingo gaan we over lange rechte wegen tussen de graanvelden door. Vals plat, dat dan weer wel, maar wel goed te fietsen. In de bermen veel klaprozen wat het geheel een mooi gezicht geeft.

De 30 km naar Belorado leggen we ondanks het vals plat in 1,5 uur af. Niet slecht!, tijd voor een kop koffie. Op het plein voor de kerk is men voorbereidingen aan het treffen voor een feest. Kraampjes worden gebouwd en er ligt een grote stapel stropakjes.

We halen een stempel voor in ons paspoort en trekken de veiligheidshesjes aan. We moeten nu een paar kilometer langs de N120, dus opvallen kan geen kwaad.
Meneer Sweerman heeft in zijn boekje volledig gelijk als hij stelt dat de N120 onveilig en onprettig is. Vrachtauto’s vliegen vlak langs je heen en dat voelt beslist niet prettig.
De keuze voor de extra kilometers is dan ook snel gemaakt.
De route levert ons nu wel een paar stevige klimmetjes op. Eerst moeten we een kleine 5 km met 5% omhoog. Daarna nog eens zo’n stuk met 4%. Ook een stukje met 14% zal op ons pad komen. Nou, vooruit dan maar.

We verlaten met de eerste klim al snel het dal. Het levert prachtige vergezichten op en we zien ook hoe de boeren creatief gebruik maken van het land. Elke stuk dat bebouwd kan worden, wordt gebruikt.

Rond lunchtijd hebben we beide lange hellingen gehad en wordt het tijd voor een hapje. Weinig mogelijkheden in dit landbouwgebied dus we eten ons eigen brood op een bankje in de schaduw bij Cerraton de Juarros.

Na Cerraton wacht ons nog een stuk vals plat en een aardig stuk afdalen (altijd lekker). We komen dan uit bij Sant Juan de Ortega waar we de wandelaars weer ontmoeten.

Na een lekkere koude cola springen we weer op de fiets en gaat het bergaf richting N120. Deze steken we over en via Arlenzon (en een hellinkje van 14%), gaan we vlot richting Burgos.
Nog even een klein stukje langs de N120 en we fietsen Burgos binnen via een park. Het is er razend druk met families die aan het barbecueën zijn. Later horen we in het hotel dat Burgos vandaag een lokale feestdag heeft.
Via de Arco Santa Maria wandel je het plein voor de kathedraal op.

De kathedraal is echt een gebouw om U tegen te zeggen. Het is een groot complex die in de loop der tijd enorm uitgebreid is.

In de loop der eeuwen zijn er links en rechts van de kerk zeer fraaie kapellen gebouwd die werkelijk schitterend vormgegeven zijn.
Om een idee te geven heb ik hieronder twee detail foto’s staan van de beeldende kunst in de kapellen.

We bleken uiteindelijk 96 km te hebben afgelegd. Da’s best wel een stevige afwijking van de verwachte 69 km.

Van Logroño naar Santo Domingo.

Vandaag gaat de route naar Santo Domingo de la Calzada. Een route door de Rioja landstreek en dat merken we onderweg.
Logroño verlaten we over een drukke weg waarbij we maar weer de stoep als fietspad benutten. Voelt toch steeds niet helemaal goed, maar de Spanjaarden doen het ook, dus vooruit maar.
Omdat er eigenlijk alleen maar zeer drukke wegen rond Logroño liggen heeft de routemaker beslist dat we een paar kilometers de route delen met de wandelaars. Dat betekend weinig asfalt maar veel gravel. Het is trouwens al flink druk met wandelaars rond 9 uur.
De route voert ons langs een stuwmeer waar echt joekels van vissen rondzwemmen. Er zijn een aantal vissers actief en we begrijpen waarom.

Na een paar kilometer raken we de wandelaars weer kwijt en zoeven we over het asfalt richting Navarrete. Het gaat hier licht op en af. Niet te zwaar, maar toch komen we twee Polen op de fiets tegen die letterlijk baden in het zweet (waarschijnlijk een erg gezellige avond gehad).
Bij Navarrete voegen we ons weer bij de wandelaars. We drinken een kop koffie naast de La Asunction kerk. Volgens velen moet dit een fraaie kerk zijn, dus we kijken even binnen.
Wauw is het eerste woord wat mij te binnen schiet als ik het hoofdaltaar zie. Achter het altaar is een wand opgetrokken die bijna geheel bestaat uit bladgoud en waarin allerlei taferelen uit de bijbel zijn uitgebeeld. Zeker een meter of 40 hoog en een meter of 20 breed. Helaas is de kerk erg donker, dus een mooie foto zit er niet in.

Na Navarrete is het klimmen geblazen. eerst een aantal kilometers van dat rottige vals plat (blijft lastig), daarna een kleine 2 km 10%.
In Najera moeten we een stuk over een gravel pad. Een spanjaard ziet onze camino schelp en begint een heel verhaal af te steken waarbij hij alle kanten op wijst. Hij denkt natuurlijk dat wij de wandelroute volgen en die loopt hier een beetje anders.
Ik probeer hem duidelijk te maken dat mijn Spaans op z’n zachts gezegd aardig roestig is, maar dat helpt niks. Hij blijft praten en wijzen, dus we bedanken hem uiteindelijk maar met een gracias (en wachten even tot hij uit het zicht verdwenen is), om dan onze weg te vervolgen.

De omgeving wijzigt ondertussen een beetje. er komen meer heuvels in het landschap en we moeten regelmatig klimmen. Wel over erg mooie wegen met een prachtig uitzicht over de wijnvelden.
Bij San Millan de la Cogolla komen we bij de Monasterio de Yuso. Een hele beroemd klooster dat op de werelderfgoedlijst staat. Boven de poort staat San Millan afgebeeld als de Matamoros (Moren doder).

Na San Millan krijgen we nog 2 hellingen van een procent of 7 voor de kiezen. Daarna is het afdalen richting Santo Domingo. We slapen vannacht in een hostel. Simpel, maar het voldoet.
Uiteraard gaan we even in de kathedraal kijken. De kerk heeft net zo’n achterwand als de kerk in Navarrete maar hier is er meer licht.
Aan de mevrouw rechts op de foto zie je hoe hoog het kunstwerk is.

Santo Domingo ligt hier begraven en op zijn tombe staat een beeld van hem.

links en rechts van hem staan een kip en haan. Hier zit een verhaal aan vast die ik in het kort probeer te vertellen.

Ooit werd een jongeman veroordeeld tot de strop omdat hij een beker gestolen zou hebben. Hij werd opgehangen maar ging niet dood. Zijn ouders zochten de rechter op en gaven aan dat dit moest komen omdat Santo Domingo ook overtuigd was van zijn onschuld. De rechter lachte en zei dat de jongeman net zo dood was als de kip op zijn bord. Hierop stond de kip op en fladderde weg.
Sinds die dag heeft de kathedraal van Santo Domingo een kippenhok.

Morgen gaat de reis richting Burgos. Het beloofd een warm dagje te worden want de temperatuur gaat langzaam richting 30 graden.

Van Estella naar Logroño

De dag begint vandaag bij Ciclos Lizarra, de fietsenzaak waar de kapotte Cannondale staat.
Goed nieuws, de fiets staat klaar bij de ingang, we kunnen weer fietsen.

De man is trouwens een vriend van Indurain en in zijn zaak hangen een paar gele truien die gesigneerd zijn + een paar roze truien. Mooi om te zien.

Het is lekker weer vandaag. Men verwacht een graad of 23 met een frisse wind. Het landschap is vandaag flink heuvelachtig. Het wordt klimmen en dalen en mooie vergezichten.
Foto’s voor de blog selecteren wordt steeds lastiger. We komen zoveel moois tegen….wat laat je dan zien.

Als we Estella verlaten komen we langs Plaza de San Martin. Hier staat het palacio van de koningen van Navarra.

Na Estella is het meteen klimmen geblazen. Gedurende een aantal kilometers loopt de weg lekker omhoog. Prima te doen hoor, zelfs voor ons laaglanders.
Buiten Estella duikt al snel de Monasterio de Irache op. Een heel beroemd klooster waar tegenwoordig een grote bodega voor ligt.
Voor de peregrinos heeft de bodega een tap in de muur gemaakt. Kies zelf, water of wijn.

We rijden nu een tijd lang langs de A12. Meestal net ver genoeg er vandaan om er geen last van te hebben. Het is mooi glooiend hier, met uitgestrekte maisvelden en wijnranken.
Bij Los Arcos verlaten we de route even om in het plaatsje te kijken. We rijden door een klein poortje een heel lief klein pleintje op. Erg leuk om te zien.

Na Los Arcos kunnen de mouwen opgerold worden. Kilometers lang gaat het een procentje of 7 omhoog. Bij Sansol bereiken we de top en gaat het in mooie slingers weer een stuk naar beneden.
Tot aan Torres del Rio, waar we het laagste punt bereiken. Het is ondertussen lunchtijd, tijd voor een break.

Na de lunch gaat het weer bergop (gelukkig gekozen voor een lichte lunch). Een pittige klim, gevolgd door een pittige afdaling, waarna weer een pittige klim volgt. Uiteindelijk brengt ons dit bij een prachtig plaatsje, Viana. Geloof me, een plaatje!
Mooie straatjes en een pracht van een pleintje met daarop oa de Santa Maria Viana, die helaas gesloten is.

Zo even tussendoor: de siësta is wel grappig hier in Spanje. Buiten een paar restaurants gaat alles vanaf een uur of twee tot een uur of 5 dicht. Maar ook dingen als fonteinen gaan dan gewoon uit.
Lijkt wel alsof de onderhoudsmonteur dacht…Stel je voor dat die kapot gaat tijdens de siësta!

Viana ligt hoog en vormt ook de grens van Navarra. Vanaf de muren kijk je in de vallei van de Rio Ebro en naar de landstreek Rioja (u weet wel, van de wijn).

We gaan nu voornamelijk bergaf richting Logroño langs een drukke weg.
Vlak voor Logroño verlaten we de hoofdweg en fietsen we over een speciale Camino weg waar alleen de wandelaars en fietsers komen.
Hier treffen we ook het stalletje van Maria Felisa aan. Ze is de dochter van señora Felisa die tot haar 92ste verjaardag elke dag aan de Camino stond voor een praatje, wat water of een opbeurend woord voor de peregrino die dat nodig had. Ze heeft ook een hele mooie stempel en die staat uiteraard in ons paspoort.

Maria houdt trouwens in een boekje bij welke landen er langskomen. Iedereen krijgt een streepje in haar boekje.

Het is nu nog een klein stukje naar Logroño. Bij de stad steken we de Rio Ebro over. Ons hotel is het gebouw links op de foto.

Na een lekkere douche verkennen we nog even de stad. We maken nog even een wandeling door de binnenstad en kijken even bij de Santa Maria de la Redonda. Helaas, siësta tijd…dus dicht.

In de avond nog even lekker eten in de stad. Elke keer weer een verrassing want alles is in het Spaans en bijna niemand spreekt een woord Engels. Met een woordenboekje erbij hebben we meestal wel een idee wat er op tafel komt, maar vaak is het wel verrassend.
Vandaag bv als voorgerecht asperges met een mayonaise saus. Wel lekker, maar verrassend.
Of gisteren, een rijstgerecht gemaakt met het vlees en de inkt van een inktvis. Lekker, maar het is een diep blauw/zwart gerecht. Ziet er heel apart uit (je tong trouwens ook na het eten).

Morgen gaan we naar Santo Domingo de la Calzada. Ik kan het niet helpen, maar ik heb elke keer het gevoel alsof het de naam van een pizza is. Maar goed, er schijnt een prachtige kathedraal te zijn met daarin de tombe van Santo Domingo.

Van Pamplona naar Estella

Vandaag onze eerste fietsdag. met meteen ook wat klimwerk er in. Niet overdreven, maar voor ons laaglanders zijn het kleine bergen.
Gisteren hadden we al moeite met de oriëntatie in Pamplona en vandaag begint niet veel beter. De GPS track is eigenlijk gemaakt voor mensen die door Pamplona heen trekken, maar wij zitten natuurlijk al midden in de stad. Ik moet dus kiezen, gaan we links of gaan we rechts de track volgen. Je raad het natuurlijk al…..verkeerde kant gekozen. En uiteraard was dat bergaf, dus we kunnen meteen omdraaien en ons eerste hellinkje pakken.
De rest van de stad is daarna simpel. Volg de track op de GPS en kijk ook even naar de aanduidingen die de stad in het fietspad heeft aangebracht.
Bij de universiteit staat een groot bord dat ons uitnodigt om hier een speciale stempel te halen. Dat aanbod slaan we natuurlijk niet af, dus op naar het hoofdgebouw.

Na de universiteit verlaten we de stad. Eerst op een fietspad langs een aardig drukke weg, later wordt het rustig en peddelen we over kleine binnenwegen. Het is bewolkt, een graad of 16 met een redelijke wind. Mooi fietsweer dus.

We komen langs een grote bodega met enorme wijnvelden er om heen. Otazu heet de bodega en links en rechts van de weg liggen grote gebouwen met daaronder enorme deuren die waarschijnlijk toegang geven tot de wijnkelders.

Rond half elf is het tijd voor koffie. We rijden een alleraardigst plaatsje binnen, Echauri. Mooi pleintje met een café en aan de overkant een simpele kerk.

Na de koffie gaat de fietstocht verder richting Puente la Reina. Voordat we daar zijn wachten een paar stevige klimmetjes, maar we hebben er zin in.
Bij een voorrangsweg staan we stil. Kijken of er ander verkeer aankomt en zetten ons daarna in beweging. Meteen daarna remt Frouwkje heel hard en bots ik tegen haar aan. Een grote herdershond is ineens vanuit het niets de weg opgerend richting Frouwkje waardoor ze schrikt.
De eigenaar is er meteen bij waardoor erger voorkomen wordt, maar als ik naar de fiets van Frouwkje kijk weet ik al dat het mis is. De achter derailleur hangt aan zijn kabel te bungelen.
Ik ben met mijn voorwiel precies tegen haar derailleur opgebotst.
Na inspectie blijkt de achterpad, waar de derailleur aan bevestigd is, afgebroken te zijn.
Hoe nu verder. De eigenaar van de hond spreekt enkel Basks en Spaans en ook de rest van het opgetrommelde dorpsvolk kent geen Engels. Uiteraard ontbreekt elke vorm van rijwielhandel.

Om een lang verhaal kort te maken, we bellen uiteindelijk het noodnummer van Pelgrimroutes. Deze communiceren met de Spanjaard en er wordt een taxi besteld die ons met fietsen naar Estella zal brengen. Hier is ons hotel voor de komende nacht maar ook, erg belangrijk, een fietsenzaak.
Helaas voor ons komt er geen busje maar een grote stationwagen. Dat wordt dus 2 ritjes naar Estella, want alles tegelijk past niet.

Rond half drie ben ik als laatste eindelijk ook gearriveerd. Helaas is het echter siësta, dus wachten tot half vijf.
De fietsenmaker gaat vlot aan de slag, maar kijkt al snel zorgelijk. Het blijkt dat zo’n achterpad merk specifiek is (en vaak ook nog per model verschillend). Zo maar een achterpad past niet, nee wij hebben echt één van Cannondale nodig. Hij is geen dealer, maar die zit wel in Pamplona.
Ook hier weer een taalbarrière waar we het noodnummer maar weer voor bellen.

De fietsenmaker belt voor ons zijn collega in Pamplona en wordt na een paar minuten terug gebeld. Hij heeft het onderdeel! We regelen dus een taxi en om half zes ga ik richting Cannondale dealer voor het onderdeel. Ik koop er gelijk maar 2, dan kan die als reserve altijd meefietsen.
Uiteindelijk ben ik rond 19 uur weer terug in Estella. De fietsenmaker beloofd dat ik morgen om 9 uur de fiets weer kan ophalen.

Poeh! Dat was me het dagje wel. Nu maar hopen dat het inderdaad het juiste onderdeel is. In dat geval fietsen we morgen naar Logroño.

Dagje Pamplona

Vandaag blijven we in Pamplona. We gaan even boodschappen doen en we willen ook wel de mooie plekjes van Pamplona zien.

We slepen deze vakantie een gasbrander en een pannetje mee omdat niet tijdens elke etappe er een lunch / koffie mogelijkheid is (tenminste dat wordt beweerd op het internet).
Een gasbrander meenemen in het vliegtuig is geen probleem, maar een busje met gas….dat vind men niet zo’n goed idee. Ik heb dan ook het adres van een Campingaz dealer in Pamplona opgezocht en daar gaan we als eerste naar toe.

Fietsen in een land wat niet zoveel heeft met fietsen is even lastig. Wij fietsen op straat, maar zien alle andere fietsers vrolijk over de stoep fietsen. Ok, na een paar drukke straten duiken wij ook maar de stoep op. Is wel zo veilig, en iedereen vind het prima.
Het centrum (en ook ons hotel) ligt in de oude stad binnen de stadsmuren en bovenop een heuvel.
De grote shoppingmalls liggen in het nieuwere gedeelte van Pamplona en daarmee onderaan de heuvel. Op de route richting dal heeft men gelukkig wel een fietspad aangelegd en we gaan dan ook met een lekker vaartje door de Portal Nuevo richting winkels.

De fietspaden zijn hier trouwens wel een dingetje. Soms zijn ze er, maar ze stoppen ook zonder waarschuwing. De palen van verkeersborden kunnen zomaar op het fietspad staan en men wisselt zonder waarschuwing ook wel van straatzijde.
Na de boodschappen gaan we wandelend de stad in. We zoeken de VVV, maar die heeft men goed verstopt. Links en rechts staan bordjes die een richting uitwijzen, maar die verdwijnen net zo hard en de VVV kunnen we dan ook niet makkelijk vinden. Per ongeluk struikelen we er over als we richting kathedraal wandelen.

Met een plattegrond in de hand bezoeken we als eerste de kathedraal. We krijgen hier ook onze eerste stempel in het pelgrimspaspoort……er zullen er nog vele volgen.

De kathedraal is een imposant gebouw met een aangrenzend klooster. In de kerk ligt voor het hoofdaltaar het mausoleum van de koning en koningin van Navarra, het land waar Pamplona vroeger hoofdstad van was.

Na het bezoek aan de kathedraal en een tentoonstelling in het klooster wandelen we verder door de stad. Veel smalle straten met hoge gebouwen links en rechts. Ondanks de plattegrond raken we regelmatig de weg kwijt (en dat overkomt ons eigenlijk niet vaak).
De wandeling over de oude stadsmuren is heel fraai. Mooie rustige wandelpaden en fraaie vergezichten over het lager gelegen landschap.

In de avond wordt het tijd om alles in te pakken, echter nu voor een fietstocht. Spullen uit de koffer in de fietstas en omgekeerd. Ze verwachten dinsdagochtend een beetje regen bij maximaal 18 graden.

Duimen dat de regen ergens anders naar beneden komt!

De heenreis

Zaterdag rond het middaguur pakken we de trein richting Schiphol. Het is flink druk, maar wij zitten lekker luxe in de eerste klas en daar valt de drukte mee.
In de buurt van Schiphol hebben we een kamer bij het Best Western Schiphol geboekt. Zeker een aanrader! Prima kamer, een uitstekende shuttle service tussen het hotel en Schiphol, erg rustig tijdens de nachtelijke uren en ook nog een prima ontbijt. En dat alles voor een redelijke prijs. Wat wil een mens nog meer!

Na het inchecken gaan we met de shuttle terug naar Schiphol. Daar pakken we de trein naar Amsterdam Centraal om even een kleine wandeling door de stad te maken.
Zoals altijd is het er enorm druk. Werkelijk overal waar je kijkt lopen en fietsen Amsterdammers en toeristen.
De foto van de Dam zegt het helemaal.

Na een lekkere maaltijd bij restaurant Bird op de Zeedijk houden we het voor gezien.
We gaan slapen, morgen moeten we rond 6 uur op.

Zondagochtend brengt de shuttle ons naar Schiphol. We vliegen om 9:30 uur en eigenlijk loopt alles op rolletjes. Bagage inleveren gaat snel, paspoort controle gaat vlotjes en ook het boarden verloopt soepel. We krijgen zelfs als verrassing extra beenruimte. Een paar Spanjaarden hebben de plaatsen bij de nooduitgang geboekt, maar ze spreken geen Engels. Een steward verzoekt ons vriendelijk om onze plaatsen te ruilen en daar voldoen wij natuurlijk graag aan.
We zitten mooi precies boven de vleugel.

9:30 uur vertrekken we en twee uur later staan we met onze voeten op Spaanse bodem.
Het vervolg van de reis gaat met de trein en uiteraard ligt het hoofdstation van Madrid aan de andere kant van de stad. Met de metro gaat dat prima. Kost even wat tijd, maar aangezien onze trein om 15:05 uur vertrekt, hebben we die ruimschoots.

Op het hoofdstation wacht ons een verrassing. Naar de regiotreinen kun je zo toelopen, maar naar de hoge snelheidstreinen is dat niet het geval.
We moeten op de eerste verdieping naar een afgesloten hal waar de bagage weer door de scanner moet. Daarna komen we in een wachtruimte zoals op een vliegveld. Er staan balies bij de genummerde doorgangen naar het perron beneden. Alles is afgesloten en gaat pas open als de trein klaar staat. Dan wordt je ticket gescand en mag je richting trein. Mooie treinen trouwens.

Rond 18:30 uur zijn we in Pamplona. Even nog een kort ritje met de taxi en we staan bij hotel Yoldi.

Bij binnenkomst heeft de man achter de receptie het al snel door, jullie zijn de mensen van de fietsen en hij wijst over onze schouders. Als we ons omdraaien staan ze daar in volle glorie….in de ontbijtzaal….onze fietsen.
De beste man legt uit dat hij elke dag, voor het ontbijt, even met onze fietsen sleept. Om ze na het ontbijt weer terug te zetten.

Het is rond 20 uur als we nog even het centrum inwandelen. Het is gezellig druk en we drinken een kop koffie op de Plaza del Castillo.
Op het plein is een boekenmarkt waar veel interesse voor is.

Pamplona is uiteraard vooral bekend voor het feest van San Fermin waarbij de stieren door de straten de mensen achtervolgen. Daar hebben ze ook een mooi beeld van gemaakt.

Rond half tien is het mooi geweest, we zoeken het hotel op.
Morgen gaan we boodschappen doen en Pamplona verder verkennen.

De Jakobsschelp

De pelgrimsroute naar Santiago de Compostela gaat naar het graf van Sint Jacob oftewel Jakobus de meerdere. In de christelijke iconografie heeft deze Jakobus als attribuut een Jakobsschelp. Zie je dus in een kerk een beeld van Jakobus, dan vind je ook een afbeelding van zo’n schelp.

De schelp is goed te vinden langs de Gallische kust en pelgrims namen hem dan ook mee naar huis om te bewijzen dat ze de route voltooid hadden. En zo werd de Jakobsschelp het symbool van de Camino.
Tegenwoordig nemen pelgrims de schelp mee op hun tocht naar Santiago.  Als herkenning, zodat iedereen kan zien waar ze naar op weg zijn.

Uiteraard willen wij ook laten zien dat we richting Santiago de Compostela gaan, dus hebben we 2 mooie schelpen besteld bij Pelgrimsdingen voor op onze fietstas.

Zodra we gaan fietsen zullen we deze Jakobsschelp voor op onze stuurtas bevestigen. Iedereen kan dan zien wat ons reisdoel is.