De laatste vakantiedag

Ja, het is hard, maar de vakantie zit er bijna op.
Vandaag gaan we nog een dag rondwandelen in Madrid. We beginnen met een bezoek aan de kathedraal die recht tegenover het koninklijk paleis ligt, de catedral de la Mudena.

Van buiten ziet de kathedraal er al modern uit, van binnen is dat helemaal het geval. Veel licht en strakke lijnen. Hij kon wel net gebouwd zijn.

Na de kathedraal gaan we weer richting binnenstad. We willen een hapje eten in een zogenaamde bull-bar. Hier hebben ze allerlei ham hapjes en de koppen van stieren hangen als versiering aan de wand. We hebben een richting gekregen van een mevrouw van het VVV, maar we kunnen ze niet vinden (of ze zijn nog dicht). Dan maar ergens anders een hapje nuttigen.
Het gemeentehuis vinden we trouwens wel op het Plaza de la villa.

Na de lunch pakken we de metro en stappen uit bij de Gran Via, de lange, brede winkelstraat van Madrid. Prachtige hoogbouw ligt langs deze straat met een enorme hoeveelheid verkeer die zich over een rijbaan of 8 door de stad wringt.

Daar waar de Gran Via ophoudt staat het Palacio de Cibeles Centrocentro. Een indrukwekkend gebouw om te zien.

Een klein stukje verderop staat de Puerta de Alcala, een kleine triomfboog.

Na de drukte van de Gran Via duiken we het Parque de el Retiro in, het grote stadspark van Madrid. Een heerlijke rust heerst hier. Midden in het park is een monument voor Alfonso XII met daarbij een grote roeivijver.

Ook in het park ligt het Palacio de Cristal.

Na het park zijn de voeten moe geworden van al het wandelen. We zoeken de metro weer op en gaan richting AirBnB adres. In de avond gaan we nog lekker eten op het Plaza de Santa Ana. Ligt vlak bij ons overnachtingsadres en is erg gezellig met allerlei terrasjes.
Ik sluit af met de straatnaamborden van Madrid. Hier heeft men echte kunstwerkjes van gemaakt. Een paar voorbeelden die Frouwkje op de foto heeft gezet vind je hieronder.

Dit was de laatste bijdrage van deze vakantie. Morgen stappen we in het KLM vliegtuig en gaat het weer richting Schiphol. Het was een fantastische vakantie, we hebben genoten.

Een dag in Madrid

Woensdag hebben we een reisdag gehad van Santiago naar Madrid. Niks bijzonders over te vertellen (behalve dat mijn koffer langzaam onderdelen verliest op deze reis) dus ik heb ook geen verhaaltje gemaakt. Onze stelling dat vliegvelden overal hetzelfde zijn werd weer ruim onderschreven. Santiago of Madrid, het lijkt allemaal op elkaar.
Ons AirBnB verblijf ligt vakbij de Puerta del Sol, in het centrum van de stad.
Na ruim twee weken Camino is het ineens wel erg druk. Veel toeristen, veel verkeer en de prijzen voor een maaltijd schieten ineens omhoog.

Vandaag (donderdag) maar eens gaan wandelen langs een aantal van de hoogtepunten van Madrid. Uiteraard even kijken op de Puerta del Sol, waar het symbool van Madrid staat.

We wandelen langs het koninklijk paleis (palacio real Madrid), die gaan we vanmiddag bekijken.

Vlak in de buurt staat de Templo de debod, een tempel die Spanje cadeau heeft gekregen van Egypte.

Voor we het paleis betreden gaan we eerst een hapje eten bij de overdekte markt. We hebben een paar jaar geleden al zo’n markt gezien bij ons bezoek aan Barcelona, maar deze mag er ook wezen. Druk is het er wel, maar wat een lekkere hapjes kun je hier kopen!

Na de lunch gaan we richting koninklijk paleis. We krijgen hier een tablet met daarop de rondleiding + extra info en kunnen op pad. Foto’s maken mag niet, maar hier helpt het internet.
Prachtige ruimtes heeft het paleis, zoals de dinerzaal.

Één van de kamers is geheel voorzien van porseleinen wandbekleding.

Ook plafonds zijn prachtig versierd.

Na het paleis volgt de wapenkamer. Een aantal van de koningen waren verzamelaars van wapens en uitrustingen. Loop je de ruimte binnen dan heb je meteen zoiets van Wow!

In de avond willen we nog een uurtje gaan doorbrengen in het Prado museum. Vanaf 18:00 uur mag je hier gratis binnen lopen. Dat blijkt echter tegen te vallen, er staat een enorme rij.
We houden het dan ook op een wandeling langs mooie gebouwen zoals die van de post, en mooie fonteinen.

Tegen half acht gaan we dineren in de buurt van het Plaza Mayor. Daarna gaat het richting appartement, de voetjes zijn moe.

Morgen nog een dagje hoogtepunten bekijken.

Een dag in Santiago de Compostela.

Het is slecht weer als we opstaan. Het regent niet hard, maar droog is het beslist niet.
Maakt niet veel uit, want vanmorgen staat de pelgrimsmis in de kathedraal op het programma.
Gisteren hebben we van een Amerikaans echtpaar de tip gekregen om vroeg te gaan, want het is erg druk tijdens de mis.
Zij waren er rond 10:30 uur (de mis begint om 12:00 uur) en konden toen nog een zitplek krijgen in het speciale deel voor de Peregrinos. Wij zijn dan ook om 10:30 uur in de kathedraal, en inderdaad, er is nog plek in het deel voor de Peregrinos. Recht voor het hoofdaltaar.
En voor het geval dat je wilt weten of er echt veel mensen kwamen…de kerk zat en stond om 12 uur hartstikke vol.

Het hoofdaltaar is prachtig versierd met kunstwerken. Jacobus kom je op meerdere plekken tegen in de verschillende rollen die hij vervuld.
Bovenin staat hij afgebeeld als de Matamoros, vechtend tegen de Moren.

Een stuk naar beneden staat hij afgebeeld als pelgrim met mantel en staf.

En daaronder staat zijn beeld als heilige. Pelgrims die de Camino voltooid hebben kunnen aan de achterzijde van het beeld een trap oplopen en het beeld omhelzen.

De baldakijn boven het altaar is zo vormgegeven dat het lijkt alsof engelen het dragen.

Beroemd is de kathedraal om het zwaaien met de wierrookbrander. Ik hoor diverse getallen maar het gevaarte schijnt een 130 kilo te wegen en zwaait met een enorme snelheid door de kathedraal tijdens de mis.

De mis is indrukwekkend. Maar liefst 9 priesters zijn aanwezig + een non die eigenlijk de dienst controleert. Ze heeft een prachtige stem en zingt de meeste liederen voor. Zij geeft ook steeds de signaaltjes: opstaan…zitten…weer opstaan.
De priesters zijn voor een groot deel gasten uit de hele wereld. De 3 heren die de dienst leiden komen uit Spanje (uiteraard van de kathedraal zelf), Oostenrijk en de VS. Maar er zijn ook priesters uit Frankrijk, Duitsland en Chili.

Een man van de beveiliging heeft voor de mis aangegeven dat er niet gefotografeerd mag worden en daar houdt iedereen zich netjes aan. Maar dan is het einde van de mis in zicht. Bij de touwen van de wierrookbrander verzamelen zich een man of 7 van het kathedraal personeel. Dat is het sein om alle telefoons en foto camera’s aan te zetten (zelfs van een priester die deelneemt aan de mis) want dit moment wil je vastleggen. Het zwaaien van de wierrookbrander.

Frouwkje heeft even een klein filmpje gemaakt.

Na de mis is het lunchtijd. Het regent regelmatig en ook steeds harder. We wandelen nog even door de stad en kopen nog een paar Camino souvenirs.

We gaan ook nog even terug naar het plein voor de kathedraal. Gisteren hebben we de steen gemist die het einde van de Camino aangeeft.

In de avond dineren we lekker bij Café de Altamira (kunnen wij aanbevelen).
Morgen vliegen we naar Madrid voor nog een paar dagen sightseeing.

Van Melide naar Santiago de Compostela

Vandaag de laatste etappe van onze fietstocht. De 14e etappe brengt ons naar het plein voor de kathedraal van Santiago.
Zodra we wakker worden horen we het al, het regent. Volgens de weerman wordt het in de loop van de dag beter, dus daar hopen we maar op.
De regenjas gaat aan, reflectievestje er over heen en we vertrekken.
Na het verlaten van Melide gaan we meteen linksaf en laten het drukke autoverkeer achter ons. We rijden door een golvend landschap met pittige klimmetjes (ons routeboek zegt dat dit bij Galicië hoort).

We fietsen vandaag een volkomen andere route dan de wandelaars. Zij lopen op een pad langs de drukke hoofdweg, wij nemen binnenwegen en leggen een paar extra kilometers af.
Bij Arzúa komen we elkaar even tegen. We drinken koffie en halen een stempel (elke dag moet je er minstens twee hebben).

Na Arzúa moeten we een dikke 4 kilometers de hoofdweg volgen. Dan draaien we af en peddelen verder over een mooie rustige binnenweg. We krijgen nog een plensbui op ons hoofd maar zien tegelijk dat er links en rechts blauwe plekken in de lucht komen.
De route is de moeite waard, maar wel zwaar. Klimmetjes van 7 tot 10% volgen elkaar op en dat voelen de beentjes wel.

Volgens ons routeboek zouden we bij Arins uitzicht over Santiago moeten krijgen, maar wij kunnen het uitzichtpunt niet vinden.
Santiago vinden we wel, en met de gps zoeken we onze weg door de drukke stad. Via kleine straatjes en super steile klimmetjes bereiken we ons doel, het plein voor de kathedraal.

Hoog in de gevel van de kathedraal staat Jacobus de meerdere als pelgrim.

Recht tegenover de kathedraal staat Jacobus ook boven op het gebouw, maar nu als matamoros (morendoder). Schijnbaar vond men dit vroeger ook al een te gewelddadig beeld voor op een Godshuis.

Het is ondertussen 15:00 uur en we besluiten om eerst maar even ons hotel op te zoeken en daarna de fietsen weg te brengen naar het verzamelpunt van Soetens.
Als we daar aankomen blijken er ruim 100 fietsen te staan! We zijn wel een aantal Nederlanders tegen gekomen, maar dat er zoveel onderweg waren hebben we niet gemerkt.

Na een lekkere douche gaan we naar het pelgrimsburo voor onze compostela.
Iedereen die de pelgrimstocht naar Santiago aflegt krijgt een compostela (tenminste als hij aan de hand van zijn pelgrimspaspoort kan bewijzen dat hij de route afgelegd heeft).

Het is druk, dus aanschuiven in de rij.

We praten nog een tijd lang met een Amerikaans echtpaar dat de route wandelend in 36 dagen heeft afgelegd. De helft van het jaar wonen ze in Chili, de andere helft in de buurt van Seattle.

Dan zijn wij aan de beurt. Onze paspoorten worden gecontroleerd (de NL en de pelgrims). Vervolgens schrijft de meneer van het buro onze compostela.
Frouwkje valt niet te herleiden naar een Latijnse naam, dus op het compostela staat haar Nederlandse naam.
Bij mij is dat anders. Mijn doopnamen zijn allen bekend in het Latijn dus ik krijg een Latijns compostela.

Morgen gaan we Santiago bekijken en uiteraard naar de pelgrimsmis om 12 uur in de kathedraal.

Van Sarria naar Melide

Vandaag hebben we een etappe die je in wielertermen een verbindingsetappe zou kunnen noemen. Santiago is te ver weg voor één etappe, dus we moeten ergens overnachten.
Dat wordt dus Melide. Geen bijzondere plek, maar een mens moet ergens slapen.
De toon van de dag word meteen bij het vertrek gezet. Meteen gaat de weg omhoog. 5km klimmen net na het ontbijt! Hierna volgt een kleine afdaling, waarna we nogmaals 2km mogen klimmen (en flink steil ook).
Na al dat klimmen volgt uiteraard ook een afdaling en dat is een fikse. Ons routeboek noemt dit een snelle afdaling. Halverwege krijgen we uitzicht op het stuwmeer bij Portomarin.

We dalen uiteindelijk af tot aan het meer en de brug over de rio Mino.
Eigenlijk liggen hier twee bruggen. De oudste kun je niet zien, want die ligt onder de waterspiegel. Bij de bouw van de stuwdam is het oude dorp verdwenen in het stuwmeer.
Er is een nieuw dorp hogerop gebouwd en belangrijke gebouwen zijn verplaatst.

Één van de gebouwen die men verplaatst heeft is de San Nicolas kerk.

De methode die men gebruikt heeft is simpel. Nummer alle stenen, haal het gebouw uit elkaar en zet alles op de nieuwe plaats weer in elkaar. De nummers zijn nu nog steeds te zien.

Na een koffiepauze moeten we weer klimmen. 12km dit keer met een stuk van 10% er in.

Onderweg spotten we een Horreos aan de kant van de weg. typisch voor deze streek en bedoeld om voorraden te beschermen tegen knaagdieren.

Na de klim voegen we ons bij de wandelaars op een rustige binnenweg die tussen kleine boerendorpen slingert. Het zijn kleine boerderijtjes links en rechts. Je kunt zien dat dit geen rijke streek is.

Bij de albergue cruseiro is het tijd voor de lunch. Ik wil een broodje gaan bestellen maar zie op een bord dat ze sopa verduras aanbieden. Sopa ken ik, dat is soep. Verduras niet, maar wat maakt dat uit.
De eigenaar steekt een heel verhaal af als ik de sopa bestel (uiteraard in het Spaans), maar ik begrijp dat de sopa lekker is. Verduras blijkt uiteindelijk groente te zijn.
Beide krijgen we een giga kom, met inderdaad, een prima soepje.

Langs de route komen we ook weer iemand tegen die met een ezel onderweg is. Heel bijzonder, deze ezel heeft zijn eigen stempel voor in je paspoort bij zich!

Een paar kilometer voor Palas de Rei verlaten we de wandelaars. Zij gaan over een gravel pad verder, wij kiezen de doorgaande hoofdweg. Zodra we de plaats binnenrijden begint het te miezeren.

De laatste 15 km van vandaag zijn niet veel soeps. We rijden langs de doorgaande weg, het is druk en het regent zachtjes.
We zijn blij als we in Melide aankomen.
Melide is niet veel aan. In feite is het lintbebouwing langs een drukke hoofdweg. Het hotel is ok, dus we redden ons hier wel voor één nacht.

Morgen staat de laatste etappe op het programma. Een kleine 80 km zal ons leiden naar het plein voor de kathedraal van Santiago de Compostela. Ook morgen weer een paar pittige klimmetjes (maar we worden er steeds beter in).

Van O’Cebreiro naar Sarria

Vandaag beginnen we maar eens met de zin die mijn collega Leen uitsprak toen we ons pech geval hadden met de achterderailleur (of beter gezegd het achterpadje waar deze aan vast zit).
Leen sprak toen de woorden “wees voorzichtig want pech komt meestal met z’n drieën”.
Nou Leen, de andere twee hebben we vandaag ook afgehandeld.

Gisteren toen we op weg naar O’Cebreiro gingen voelde mijn fiets een beetje raar. Hoe zal ik het zeggen, hij wobbelde een beetje van achteren. Onderweg alle spaken eens langsgelopen, want het voelde als een slag in het wiel (ook al kon ik die niet zien).
In de loop van de dag werd het steeds erger en bij de zoveelste controle vond ik het probleem, een scheur in de wang van de achterband. Schijnbaar op één van de gravel paden een scherpe steen geraakt. Da’s dus pech nummer twee.

Pech nummer drie gebeurde niet veel later op de laatste steile klim. Frouwkje schakelt naar het kleinste tandwiel achter en de ketting hipt van het tandwiel en komt tussen tandwielenset en achterwiel terecht. De ketting krijg ik er wel weer op, maar de schakelposities op het stuur wijken nu ineens af van de positie van de ketting.

Dus we beginnen onze rit naar Sarria met een wobbelend achterwiel en een niet helemaal lekker schakelende derailleur. Waarom niet eerst repareren? Tsja, de eerste fietswinkel die we tegenkomen zit in Sarria.

De dag begint in O’Cebreiro met mist en een lage temperatuur. We hebben de lange broek, een jas en zelfs handschoenen nodig als we starten. De mist levert wel mooie plaatjes op in de bergen.

De route begint met twee toppen waar we nog overheen moeten. Op de eerste, Alto San Roque (1270 m), staat het beeld van de pelgrim die de wind trotseert. Een aardige dame uit Engeland (die al voor de 3e keer de Camino wandelt) zet ons even samen op de foto.

Na een korte afdaling komen we bij de laatste pittige klim van vandaag. We gaan omhoog naar de Alto do Poio (1335 m). Boven is de mist ondertussen verjaagd door de zon en is het koffietijd.

Na de koffie volgt de fun, 12 km afdalen richting Triacastela. Hele stukken met een percentage van 7% over een prachtige brede weg. Wel met aangepaste snelheid, want ik heb geen idee wat er gebeurt als de scheur in mijn achterband plotseling doorzet.

In Triacastela willen we de Jacobskerk bekijken. Deze kerk heeft een pelgrimscel waar vroeger de boefjes onder de pelgrims konden worden opgesloten.
Helaas is meneer pastoor pas om 11:30 uur aanwezig, dus de cel zien we niet.

Na Triacastela gaat de weg opnieuw naar beneden. Samos is de volgende plaats die we aandoen en ook deze weg is een plaatje. Prachtige vergezichten en een weg die mooi tussen de rotsen doorslingerd.

In Samos is het tijd voor de lunch. Tegenover het Monasterio San Julián eten we een broodje met een café con letche (koffie met melk). Het monasterio verzorgd een albergue met 70 bedden en wordt nog steeds gerund door monniken.

Het wordt eentonig, maar de laatste 12 km naar Sarria zijn wederom bergaf. Man, wat kan fietsen mooi zijn als je ruim 30 km bergaf moet!
Al snel hebben we zicht op Sarria.

In Sarria zoeken we als eerste een fietsenmaker op. Een adres staat in ons routeboek, maar daar blijkt een kapper te zitten. Een Spanjaard helpt ons op weg en even later staan we bij een heel klein fietsenzaakje voor de deur. Klein van buiten, maar met een enorme onderdelenvoorraad binnen.
Als ik de eigenaar uitleg wat er mis is duikt hij zijn magazijn in (ik er achteraan natuurlijk). Geloof me, ik heb nog nooit zoveel banden gezien in een fietsenzaak. Rijen banden hangen aan het plafond en binnen een paar minuten heb ik een nieuwe band op de fiets.
Tussen neus en lippen door vervangt hij ook nog de remplaatjes van mijn schijfrem achter want die zijn helemaal af door al het remmen in de bergen.

De achter derailleur van Frouwkje blijkt niet helemaal recht te zitten. Dat fixt hij binnen een minuut en daarna loopt alles weer soepel. En dat alles op de stoep voor de winkel (binnen was echt geen plek, zoveel onderdelen..).

Het hotel in Sarria is een verrassing. Hadden we gisteren een klein kamertje, nu hebben we een grote hotelkamer met een complete zithoek en een badkamer met zo’n hydrojet bad.
In de avond gaan we eten in een gezellig straatje op de Camino route. Ik neem een lokaal recept, Pulpo a feira, oftewel de tentakels van de octopus.
Deze wordt gekookt, in stukjes geknipt met een schaar en er komt zout en paprika op. Daarna wordt het besprenkeld met olijfolie.

Met nog twee dagen te gaan begint ons pelgrimspaspoort al aardig vol te raken. Elke dag krijgen we er weer een paar mooie stempels bij.

Morgen gaan we naar Melide. Ook deze etappe kent weer de nodige klimmetjes en aardige plaatsen.

Van Ponferrada naar O’Cebreiro

Vandaag gaan we naar het bergdorpje O’Cebreiro. Volgens de routebeschrijving wordt het pittig klimmen voordat we het dorp op 1300 meter hebben bereikt.
Voordat het echter zover is moeten we eerst door de vallei El Bierzo. Een hele vruchtbare vallei met vele wijngaarden. Vanuit Ponferrada werken we eerst een paar klimmetjes weg voordat we in de vallei kunnen afdalen.
Onze eerste koffiestop doen we in Cacabelos. Na de koffie rijden we langs de capilla San Roque waar een aardige meneer een flinke collectie kerkbeelden heeft verzameld. Mooi om te zien en hij heeft ook nog eens een mooie stempel voor in ons paspoort!

Als we aan de afdaling in de vallei beginnen kunnen we Villafranca del Bierzo in de verte al zien liggen.

Aan de rand van de stad treffen we een fikse burcht aan.

In het centrum pakken we nogmaals koffie, want dadelijk is het gedaan met de pret. Het is nog een 30 kilometer naar O’Cebreiro en die moeten we bijna allemaal klimmen.
We verlaten Villafranca via een oude brug over de rio Burbia.

Voordat we het steile deel van de klim bereiken doen we eerst nog even boodschappen in Trabadelo. We kijken uiteraard ook nog even bij de kerk en halen daar meteen een stempel voor in ons paspoort.

De weg loopt na Trabadelo echt steil omhoog, kilometers lang en flink vermoeiend. Uitzicht is er niet, het grootste deel fietsen we met bomen aan beide kanten van de weg en een snelweg die ver boven ons hoofd over de heuvels ligt. Zeker geen mooi stuk van de route.
Bij Puerto Pedrafita hebben we het grootste deel er op zitten. Er rest ons nog een steil stuk van 3 kilometer en het is net voor de siësta. We halen dan ook nog snel een kop koffie en dan beginnen we aan de klim.
Buiten het dorp krijgen we eindelijk uitzicht over de omgeving. De weg die je links en rechts op de foto ziet maken allemaal onderdeel uit van onze route.

Na alle klimwerk hebben we de top bereikt.

Vraag me trouwens niet waarom O’Cebreiro op de ene plaats begint met een O en op de andere plaats niet. We zijn in ieder geval bij het dorp aanbeland.

O’Cebreiro is een heel klein bergdorp met eigenlijk maar één straat. Volgens ons verhuurd een groot deel van het dorp kamers aan pelgrims. De huizen zijn allemaal gemaakt van natuursteen en compact van formaat.

Wij logeren in een hostel die behoorlijk basic is. We hebben een bed, een nachtkastje met een lampje en een badkamer met een zitbad.

In 1959 benoemde de bisschop Lugo Elias Vahha Sampedro tot pastoor van het dorp. Deze knapte de kerk en diverse woonhuizen op en begon met het promoten van de Camino.
De gele pijl, die nu de standaard route aanduiding is, werd door hem bedacht en hij schilderde er zelf honderden van.
Uiteraard hebben we zijn kerkje ook even bekeken.

Morgen gaan we naar Sarria. Ook nu wachten ons de nodige klimmetjes en we komen in een ander klimaat terecht. Doordat we de bergen zijn overgetrokken laten we het landklimaat achter ons en komen we meer onder invloed van de Atlantische oceaan. Volgens de voorspellingen zal de temperatuur dan ook een aardig stapje terug doen.

Van Astorga naar Ponferrada

Zoals ik gisteren al aangaf, we gaan vandaag klimmen. Klimmen naar de top van de Camino, de  Cruz de Ferro op 1504 meter. We vertrekken vroeg, want vandaag wordt een warme dag en we hopen voor een uur of elf op de top te zijn.
Na het verlaten van Astorga rijden we al snel de natuur van de Montes de León in. Heel snel duiken de heuvels al op, logisch want binnen 20 km moeten we al van 870 meter stijgen naar 1150 meter.

Een heel mooi landschap ontvouwt zich langzaam voor onze ogen. Het is sterk heuvelachtig, groen in alle tinten die je maar kunt voorstellen en voorzien van heel veel bloeiende planten.

Rabanal de Camino op 1150 meter bereiken we vlotjes. Wel met een paar zweetdruppeltjes op het voorhoofd, maar dat mag. Frouwkje wil haar klim van vandaag even goed vastleggen en besluit bij elk dorp een stempel te gaan vragen in de albergue. We verzamelen er vandaag een paar hele mooie in ons paspoort.

Na Rabanal de Camino klimmen we verder. Steile stukjes en geleidelijke stijgingen wisselen elkaar af. De omgeving is ronduit prachtig.

Vlak na elf uur bereiken we de top, Cruz de Ferro.

Zoals je ziet, een eenvoudige plaats. Rechts een kapel, links het Cruz de Ferro omringt met een grote stapel stenen. De stenen worden sinds tijden meegenomen door de wandelaars en fietsers. Soms met een boodschap er op, soms legt men gewoon een steentje bij de stapel (ja ,ik ook).
Een vriendelijke Amerikaan zet ons even samen op de foto.

Na de foto is het tijd om te vertrekken richting de tweede top, Collade de las Antennas. Dat betekend een stukje dalen en dan via een steile klim weer omhoog naar 1515 meter.

Het klimmen is nu voor het grootste deel gebeurt, nou gaan we dalen. Een waarschuwingsbord vertelt dat de afdaling gevaarlijk is en dat blijkt ook wel. Sommige stukken gaan steil naar beneden en de weg is niet overal in prima conditie.

Als eerste komen we in de afdaling langs Manjarin. Hier heeft iemand een rustpunt gemaakt dat voorzien is van vele borden met afstanden naar allerlei woonplaatsen. Een beetje een rommeltje, maar wel erg leuk.

Daarna volgt een steil stuk dalen. Lat je de rem even los dan zit je in een mum van tijd boven de 40 km per uur. Blijven remmen dus!
Bij El Acebo stoppen we voor de lunch bij een gezellig drukke albergue. We horen van wandelaars dat ook zij een stevige afdaling achter de rug hebben.

Na de lunch is het nog een heel eind dalen voor we in Molinaseca bij de brug zijn aanbeland.

De weg gaat nu licht op en af en al snel bereiken we Ponferrada.
Ponferrada komt aan zijn naam door een brug die de bisschop van Astorga liet bouwen over de rio Sil. Pon = brug, ferrada = ijzer….ijzeren brug.
De orde van de Tempeliers was verantwoordelijk voor de bescherming van de pelgrims en in Ponferrada bouwde men een flinke burcht voor dit doel.

Ponferrada kent één belangrijke kerk, Iglesia de Santa Maria de la Encina (heilige Maria van de steeneik). klinkt een beetje vreemd, maar er zit een verhaal aan vast.
Volgens een legende vonden de Tempeliers een Maria beeldje in een holle eik. Dit beeldje staat nu centraal in de achterwand van het hoofdaltaar in deze kerk.
Buiten de kerk staat een standbeeld van een Tempelier die het beeldje omhoog houdt.

Morgen wordt weer een klimdag. We gaan door de vallei van El Bierzo richting Villafranca del Bierzo (510 m). Daarna wordt het weer klimmen over een afstand van 30 km richting twee toppen die rond de 1300 meter liggen. We eindigen op de tweede top in O Cebreiro.

Van León naar Astorga

Na een dagje rust voor de beentjes is het nu tijd om te vertrekken uit León.
De route gaat richting Astorga. Vroeger een belangrijke stad die het knooppunt was van verschillende wegen waaronder die naar Santiago de Compostela.

De stad uit gaat weer over drukke wegen maar het moet gezegd worden, de Spanjaard rijd als een heer of mevrouw. Er wordt erg goed rekening gehouden met ons als fietser.
Zitten wij op een rijstrook, dan maakt geen auto gebruik van deze baan. Ze geven keurig richting aan als ze je inhalen en gaan dan ruim over de andere rijbaan om je heen.
Echt, petje af.

Buiten León duiken de klimmetjes ook weer op, maar het zijn er vandaag nog niet zoveel.
Zodra het weer rustig wordt met het verkeer rijden we door een landschap dat me ergens aan doet denken. Frouwkje heeft al vlug een idee, het lijkt op het duinlandschap van onze eilanden. Het is een beetje heuvelachtig met voornamelijk lage begroeiing.

We volgen de eerste 20 kilometers een andere route dan de wandelaars. Zij wandelen langs een drukke weg, wij gaan over kleine binnenwegen. Bij Villar de Mazerife ontmoeten we elkaar weer. Het plaatsje heeft een kerk die gewijd is aan Jacobus, maar helaas is meneer pastoor afwezig.
Er staat wel een mooi beeld van een pelgrim voor de deur en die wil wel met ons op de foto.

Na de koffie in een albergue wordt het off-road rijden. De keuze is simpel, fiets langs een drukke weg met vrachtverkeer of neem 2 gravel paden van een paar kilometer. Wij kiezen voor de rust (en het stof).

We volgen nu de Calzada de Peregrinos, een rustige vlakke landbouwweg tussen mais- en hopvelden door. Bij Hospital de Orbigo steken we de Rio Orbigo over via een eeuwenoude brug.

In de kathedraal van Santiago heeft het beeld van de apostel een halsketen om die afkomstig is van een ridder die op deze brug met verschillende ridders duelleerde. Als dank voor zijn overwinningen schonk hij de kathedraal zijn halsketen.
Na de brug is het nog een 20 km naar Astorga. Het is warm en we zien langs de weg een bord waarop we uitgenodigd worden om een restaurant te bezoeken voor een mooie stempel in ons pelgrimspaspoort. Da’s mooi, kunnen we een stempel scoren en meteen een koel drankje.
Ondanks het bord moet de waard even zoeken voordat hij de stempel gevonden heeft.

Het laatste stukje naar Astorga leggen we vlotjes af. Nog een steil klimmetje (de oude stad ligt op een heuvel) en we zijn bij het hotel.
De fietsen gaan de kelder in en wij lekker onder de douche. Fris en fruitig maken we een wandeling langs de hoogtepunten van de stad.
Astorga heeft een kathedraal dus die bezoeken we als eerste.

Mooi, maar de kathedraal van León sprak ons meer aan.
Vlak bij de kathedraal ligt het bisschoppelijk paleis. Een ontwerp van Gaudi, die op het moment dat hij de opdracht aannam ook bezig was met de Sagrada Familia in Barcelona.
De bisschop vond het ontwerp prachtig, maar de academie van San Fernando, die ook moest instemmen, was minder positief. Steeds weer traden daardoor vertragingen op bij de bouw. Er gaan geruchten dat Gaudi zo boos was over alle vertragingen dat hij daarom de bouwtekeningen vernietigde. in ieder geval hebben andere architecten het gebouw afgebouwd.

Als laatste nog een foto van het prachtige Ayuntamiento op het Plaza Mayor.

Morgen gaan we kijken of we al een beetje klimgeit zijn geworden. We rijden de Montes de León op. We klimmen vanuit Astorga (868 m) naar Rabanal del Camino (1150 m) en dan door naar de Cruz de Ferro (1504 m). Vervolgens dalen we een kleine honderd meter en gaan dan weer omhoog naar de Collade de las Antennas (1515 m).
We eindigen na een flinke afdaling in Ponferrada (505 m).

Een dag in León

Vandaag blijven de fietsen op stal. We gaan León per voet verkennen.
We beginnen uiteraard met de eyecatcher van de stad, de kathedraal.

Gisteren heb ik al een foto geplaatst van de buitenkant, dus we gaan meteen naar binnen.
De kathedraal is gebouwd in de 12e eeuw in een record tempo van 50 jaar. Bouwkundigen vinden dit prachtig want daardoor straalt de kathedraal één beeld uit. Dit in tegenstelling tot kerken waar men soms honderden jaren aan bouwde en waar men de verandering in smaak en stijl van de tijd kan terugvinden.

De kerk is voorzien van maar liefst 1800 m2 glas in lood ramen waardoor de kerk mooi licht van binnen is. Ooit heeft een paus gezegd dat in de kathedraal van Leon meer licht dan geloof was.

De foto toont een detail van het grote ronde raam boven de hoofdingang. Centraal staat Maria met het Kind omringt door engelen.

De achterwand van het hoofdaltaar heeft men in de 19e eeuw weer terug gebracht in zijn oorspronkelijke vorm. Jaren daarvoor vond men de achterwand niet representatief genoeg meer en had men hem vervangen door een veel grotere die allerlei versiersels had die eigenlijk niet staan bij de architectuur van het gebouw.

Persoonlijk vond ik het houtsnijwerk in de koorbanken erg mooi. De eerste rij laat allemaal  personen zien uit het oude testament.

Na de kathedraal wandelen we langs de oude stadsmuur en bezoeken de San Isidoro kerk en bijbehorend klooster. Foto’s mag ik binnen niet maken, maar ik kan wel vertellen dat Frouwkje en ik nog nooit zo’n collectie eeuwenoude boeken hebben gezien.
Je weet wel, van die boeken die monniken vroeger schreven en die echt enorm groot en dik zijn. Prachtig om te zien.

We wandelen verder door de stad om te gaan kijken bij het oude pelgrim hospitales die de stad rijk is. San Marcos was niet alleen een overnachtingsmogelijkheid, maar zieke pelgrims werden hier ook verzorgd door monniken.

Gaudi is een bekende architect uit Spanje en ook in León heeft hij zijn sporen nagelaten.
Casa de Botines is door hem gebouwd.

Uiteraard heb ik samen met Gaudi nog even gekeken naar zijn bouwplannen.

Als laatste nog even een plaatje van het oude gemeentehuis van Leon op het Plaza Mayor.

Morgen gaan we weer fietsen. Het einddoel van de dag is Astorga. Ook voorlopig de laatste dag met kleine klimmetjes. Na Astorga gaan we serieus klimmen.