Van O’Cebreiro naar Sarria

Vandaag beginnen we maar eens met de zin die mijn collega Leen uitsprak toen we ons pech geval hadden met de achterderailleur (of beter gezegd het achterpadje waar deze aan vast zit).
Leen sprak toen de woorden “wees voorzichtig want pech komt meestal met z’n drieën”.
Nou Leen, de andere twee hebben we vandaag ook afgehandeld.

Gisteren toen we op weg naar O’Cebreiro gingen voelde mijn fiets een beetje raar. Hoe zal ik het zeggen, hij wobbelde een beetje van achteren. Onderweg alle spaken eens langsgelopen, want het voelde als een slag in het wiel (ook al kon ik die niet zien).
In de loop van de dag werd het steeds erger en bij de zoveelste controle vond ik het probleem, een scheur in de wang van de achterband. Schijnbaar op één van de gravel paden een scherpe steen geraakt. Da’s dus pech nummer twee.

Pech nummer drie gebeurde niet veel later op de laatste steile klim. Frouwkje schakelt naar het kleinste tandwiel achter en de ketting hipt van het tandwiel en komt tussen tandwielenset en achterwiel terecht. De ketting krijg ik er wel weer op, maar de schakelposities op het stuur wijken nu ineens af van de positie van de ketting.

Dus we beginnen onze rit naar Sarria met een wobbelend achterwiel en een niet helemaal lekker schakelende derailleur. Waarom niet eerst repareren? Tsja, de eerste fietswinkel die we tegenkomen zit in Sarria.

De dag begint in O’Cebreiro met mist en een lage temperatuur. We hebben de lange broek, een jas en zelfs handschoenen nodig als we starten. De mist levert wel mooie plaatjes op in de bergen.

De route begint met twee toppen waar we nog overheen moeten. Op de eerste, Alto San Roque (1270 m), staat het beeld van de pelgrim die de wind trotseert. Een aardige dame uit Engeland (die al voor de 3e keer de Camino wandelt) zet ons even samen op de foto.

Na een korte afdaling komen we bij de laatste pittige klim van vandaag. We gaan omhoog naar de Alto do Poio (1335 m). Boven is de mist ondertussen verjaagd door de zon en is het koffietijd.

Na de koffie volgt de fun, 12 km afdalen richting Triacastela. Hele stukken met een percentage van 7% over een prachtige brede weg. Wel met aangepaste snelheid, want ik heb geen idee wat er gebeurt als de scheur in mijn achterband plotseling doorzet.

In Triacastela willen we de Jacobskerk bekijken. Deze kerk heeft een pelgrimscel waar vroeger de boefjes onder de pelgrims konden worden opgesloten.
Helaas is meneer pastoor pas om 11:30 uur aanwezig, dus de cel zien we niet.

Na Triacastela gaat de weg opnieuw naar beneden. Samos is de volgende plaats die we aandoen en ook deze weg is een plaatje. Prachtige vergezichten en een weg die mooi tussen de rotsen doorslingerd.

In Samos is het tijd voor de lunch. Tegenover het Monasterio San Julián eten we een broodje met een café con letche (koffie met melk). Het monasterio verzorgd een albergue met 70 bedden en wordt nog steeds gerund door monniken.

Het wordt eentonig, maar de laatste 12 km naar Sarria zijn wederom bergaf. Man, wat kan fietsen mooi zijn als je ruim 30 km bergaf moet!
Al snel hebben we zicht op Sarria.

In Sarria zoeken we als eerste een fietsenmaker op. Een adres staat in ons routeboek, maar daar blijkt een kapper te zitten. Een Spanjaard helpt ons op weg en even later staan we bij een heel klein fietsenzaakje voor de deur. Klein van buiten, maar met een enorme onderdelenvoorraad binnen.
Als ik de eigenaar uitleg wat er mis is duikt hij zijn magazijn in (ik er achteraan natuurlijk). Geloof me, ik heb nog nooit zoveel banden gezien in een fietsenzaak. Rijen banden hangen aan het plafond en binnen een paar minuten heb ik een nieuwe band op de fiets.
Tussen neus en lippen door vervangt hij ook nog de remplaatjes van mijn schijfrem achter want die zijn helemaal af door al het remmen in de bergen.

De achter derailleur van Frouwkje blijkt niet helemaal recht te zitten. Dat fixt hij binnen een minuut en daarna loopt alles weer soepel. En dat alles op de stoep voor de winkel (binnen was echt geen plek, zoveel onderdelen..).

Het hotel in Sarria is een verrassing. Hadden we gisteren een klein kamertje, nu hebben we een grote hotelkamer met een complete zithoek en een badkamer met zo’n hydrojet bad.
In de avond gaan we eten in een gezellig straatje op de Camino route. Ik neem een lokaal recept, Pulpo a feira, oftewel de tentakels van de octopus.
Deze wordt gekookt, in stukjes geknipt met een schaar en er komt zout en paprika op. Daarna wordt het besprenkeld met olijfolie.

Met nog twee dagen te gaan begint ons pelgrimspaspoort al aardig vol te raken. Elke dag krijgen we er weer een paar mooie stempels bij.

Morgen gaan we naar Melide. Ook deze etappe kent weer de nodige klimmetjes en aardige plaatsen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.